BTW-belaste verhuur werkkamer en garage ondanks enig privégebruik

BTW-belaste verhuur werkkamer en garage ondanks enig privégebruik

Een echtpaar heeft een woning laten bouwen. De man is advocaat en heeft een eigen BV waarvoor hij regelmatig in zijn werkkamer thuis werkt. De garage wordt voor 79% zakelijk gebruikt. Het echtpaar verhuurt de werkkamer en de garage aan de BV voor € 8.400, exclusief BTW, per jaar. Het echtpaar heeft de volledige BTW op de bouwkosten van de werkkamer en 79% van de BTW op de bouwkosten van de garage in aftrek gebracht. De Belastingdienst heeft die aftrek, ruim € 30.000, geweigerd. Hoe oordeelt het Gerechtshof, nadat de rechtbank de Belastingdienst in het gelijk heeft gesteld?

Vormt de verhuur van de werkkamer en de garage een economische activiteit?
Met de rechtbank concludeert het hof dat het echtpaar optreedt in het economische verkeer en tegen een zakelijke en rechtstreekse, marktconforme vergoeding een dienst verleent aan de BV.

Bestaat een rechtstreeks en onmiddellijk verband tussen de bouw van de werkkamer en de garage en de economische activiteit?
Er bestaat alleen recht op aftrek van de BTW in de bouwkosten wanneer vaststaat dat de uitgaven ten behoeve van belastbare economische activiteiten zijn gedaan.

Het echtpaar heeft weliswaar erkend dat de woning ook zonder de werkkamer zou zijn gebouwd, maar dit staat volgens het hof niet aan het vereiste rechtstreekse en onmiddellijke verband in de weg. Het echtpaar heeft van meet af aan de intentie gehad om een deel van de woning voor zakelijk gebruik te bestemmen en dit deel tegen vergoeding ter beschikking te stellen aan de BV. Dit is voldoende om in aanmerking te komen voor aftrek van BTW voor zover de woning voor belaste doeleinden zal worden gebruikt. Het echtpaar heeft consequent verklaard dat de keuken minder groot is uitgevallen omdat bij het ontwerpen van de woning rekening moest worden gehouden met de werkkamer en met de mogelijkheid om de garage (deels) zakelijk te gebruiken en ter beschikking te stellen aan de BV voor stalling van de auto van de zaak. Het echtpaar heeft de BTW ook slechts in aftrek gebracht voor zover deze toerekenbaar is aan de bouw van de te exploiteren delen.

Is de verhuur belast dan wel vrijgesteld?
Het hof is, anders dan de rechtbank, van oordeel dat een optie belaste verhuur mogelijk is. De wet maakt het mogelijk om te kiezen voor belaste verhuur indien de verhuur betreft onroerende zaken, andere dan gebouwen en gedeelten van gebouwen welke als woning worden gebruikt. De laatste bijzin heeft betrekking op zowel gehele gebouwen als op gedeelten daarvan. Dat brengt mee dat voor gedeelten van gebouwen die niet als woning worden gebruikt, gekozen kan worden voor belaste verhuur. Dit geldt ook indien het, zoals hier, gaat om onzelfstandige gedeelten van een gebouw dat voor het grootste deel als woning wordt gebruikt.

Het is in het algemeen niet goed voorstelbaar dat een onzelfstandige ruimte van een woning uitsluitend zakelijk wordt gebruikt. Denkbaar is dat de advocaat de werkkamer ook gebruikt om privécorrespondentie af te handelen, en de garage wordt sowieso gemengd gebruikt. Daaraan kan niet de conclusie worden verbonden dat een optie belaste verhuur van een werkkamer nooit mogelijk is. De werkkamer en garage zijn onlosmakelijk met elkaar zijn verbonden en vormen in feite één geheel. Nu dit geheel hoofdzakelijk door de BV wordt gebruikt en anders dan als woning, is het hof van oordeel dat een optie belaste verhuur mogelijk is. Het privégebruik zal ondergeschikt zijn aan het zakelijke gebruik.

Tot slot merkt het hof op dat bij afwisselend gebruik door verschillende gebruikers en bij gelijktijdig verschillend gebruik de vraag opkomt of voor de heffing van BTW wel sprake is van verhuur. Indien de prestatie geen verhuur is omdat de exclusiviteit ontbreekt, is sprake van een dienst die niet onder een vrijstelling valt en dus belast is. Ook als geen sprake zou zijn van verhuur is het gelijk aan het echtpaar.

Conclusie
Het gerechtshof stelt het echtpaar volledig in het gelijk. De Belastingdienst moet alsnog ruim € 30.000 BTW terugbetalen.

Let op: Interessant dat het Gerechtshof over deze situatie toch milder oordeelt dan de Belastingdienst en de rechtbank. Het echtpaar had de feiten met het oog op de BTW-aftrek dan ook vanaf het begin keurig op orde. En dat loonde dus.