Loonstop arbeidsongeschikte werknemer terecht

Loonstop arbeidsongeschikte werknemer terecht?

Zes weken na indiensttreding krijgt een werknemer een fietsongeval en wordt hij door schouderletsel arbeidsongeschikt. Hij werkt niet meer. Volgens de bedrijfsarts zou hij met het openbaar vervoer moeten kunnen reizen. De werknemer beweert echter dat hij vanwege zijn blessure niet naar vervolgafspraken met de bedrijfsarts kan. Daarom stopt de werkgever de loondoorbetaling. De werknemer eist via de rechter het loon sinds de loonstop.

Werknemer niet naar bedrijfsarts
Na de ziekmelding heeft de werknemer loon doorbetaald gekregen. Het heeft geruime tijd geduurd voordat de werknemer is opgeroepen voor een gesprek met de bedrijfsarts. Dit gesprek heeft uiteindelijk plaatsgevonden ruim vier maanden na de ziekmelding in een videogesprek.

In de probleemanalyse naar aanleiding van dit gesprek concludeert de bedrijfsarts dat de belastbaarheid van de werknemer voor eigen taken beperkt is. Wel zijn er volgens de bedrijfsarts enkele mogelijkheden om administratieve taken vanuit huis op te starten gedurende enkele uren per week waarbij er rekening worden gehouden met de beperkingen. Ook volgt uit de probleemanalyse dat de werknemer geen voertuigen (auto en fiets) kan besturen, maar dat hij zich wel met het openbaar vervoer kan verplaatsen. Geadviseerd wordt een vervolgspreekuur na zes weken.

Dit geplande bezoek aan de bedrijfsarts is door de werknemer afgezegd. Bij een nieuwe afspraak een week later is de werknemer niet verschenen. Een dag later stuurt de werkgever per e-mail een waarschuwing aan de werknemer waarin een loonstop wordt aangekondigd. Weer een week later is de werknemer opnieuw niet verschenen bij de bedrijfsarts. Vanaf die datum is de werkgever gestopt met het betalen van het loon.

Standpunt werknemer
Volgens de werknemer is de loonstop onterecht. Het verwijt dat de werkgever hem maakt, namelijk dat hij tot tweemaal toe zonder geldige reden niet op een afspraak bij de bedrijfsarts is verschenen, is niet juist. Zijn fysieke toestand maakte het niet mogelijk om met de trein naar Amsterdam te reizen voor de afspraak met de bedrijfsarts. Dit werd onderstreept door zijn gespecialiseerde fysiotherapeut. Namens de werknemer is uitdrukkelijk verzocht het onderzoek naar de arbeidsgeschiktheid door een in Utrecht gevestigde bedrijfsarts of via een online video consult te laten plaatsvinden.

Overwegingen rechter
De kantonrechter volgt het standpunt van de werknemer niet en is van oordeel dat de werkgever de loonstop terecht heeft toegepast. In de wet worden de situaties beschreven waarin een werkgever gerechtigd is de doorbetaling van het loon te stoppen. Eén van de redenen is het ‘zonder deugdelijke grond weigeren mee te werken aan door de werkgever of door een door hem aangewezen deskundige gegeven redelijke voorschriften of getroffen maatregelen die erop gericht zijn om de werknemer in staat te stellen tot passende arbeid’.

Vast staat dat de bedrijfsarts al in de probleemanalyse had geconcludeerd dat de werknemer zich met het openbaar vervoer kon verplaatsen. Voor een bezoek aan de bedrijfsarts in Amsterdam bestond dan ook, op basis van deze conclusie van de bedrijfsarts, geen beletsel.

Het is, zoals de werkgever tussentijds ook meerdere keren schriftelijk heeft medegedeeld, een bedrijfsarts die vaststelt of en in welke mate er sprake is van arbeidsongeschiktheid van een werknemer. Ook is de mate van belastbaarheid van een werknemer voorbehouden aan het oordeel van een bedrijfsarts. In dit geval heeft de bedrijfsarts geoordeeld geen beletsel te zien in het reizen met het openbaar vervoer. Een verklaring van een fysiotherapeut maakt dit niet anders.

Als de werknemer het niet eens was met het oordeel van de bedrijfsarts op dit punt, dan had hij zich tot het UWV moeten wenden om hierover een deskundigenoordeel te vragen. Dat heeft de werknemer niet gedaan. De werknemer is meerdere keren op zijn verplichtingen gewezen en het voornemen het loon niet meer te betalen is door de werkgever meerdere keren aangekondigd.

Conclusie
Volgens de rechter staat vast de werknemer zonder deugdelijke grond niet mee heeft gewerkt aan een redelijk voorschrift en was de werkgever gerechtigd om de loonstop op te leggen.

Dit betekent dat het verzoek van de werknemer tot betaling van zijn loon en de nevenverzoeken (wettelijke verhoging, de wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten) worden afgewezen.

Transitievergoeding ook over periode na loonstop
Omdat de arbeidsovereenkomst inmiddels is geëindigd, heeft de werknemer recht op een transitievergoeding. De werkgever heeft deze berekend tot het moment van de loonstop. Dat is niet juist. Als een werkgever gehouden is aan een werknemer een transitievergoeding te betalen, dan is de werkgever deze ook verschuldigd over de periode dat er door de werkgever een (terechte) loonstop is toegepast. De werknemer heeft daarom nog recht op de transitievergoeding over de periode vanaf de loonstop tot datum einde contract.

Let op: Voor de werkgever, en wellicht ook voor u, is verrassend dat de transitievergoeding berekend moet worden over de periode tot datum einde contract in plaats van tot de datum van de terechte loonstop.