Box 3 vermogenswinstbelasting, behalve voor crypto en edelmetaal

Box 3 vermogenswinstbelasting, behalve voor crypto en edelmetaal?

Het kabinet wil de nieuwe box 3-heffing vanaf 2028 zo veel mogelijk baseren op gerealiseerde vermogenswinsten. Daarmee wordt belastingheffing over waardestijgingen in veel gevallen uitgesteld tot het moment van verkoop. Voor aandelen, obligaties en vastgoed betekent dit een belangrijke wijziging ten opzichte van het oorspronkelijke wetsvoorstel. Maar waarom vallen beleggingen in crypto en andere vermogensbestanddelen voorlopig buiten deze regeling?

Een vermogenswinstbelasting vanaf 2028
Met een zogenaamde novelle op de Wet werkelijk rendement box 3 wil het kabinet de vermogenswinstbelasting uitbreiden naar vrijwel alle financiële instrumenten. Het oorspronkelijke wetsvoorstel ging voor de meeste bezittingen nog uit van een vermogensaanwasbelasting. Daarbij worden waardestijgingen jaarlijks belast, ook als de belegger niets heeft verkocht.

Bij een vermogenswinstbelasting wordt de waardestijging daarentegen in beginsel pas belast bij verkoop of een andere vorm van realisatie. Reguliere inkomsten, zoals rente en dividend, blijven jaarlijks belast. De regeling moet het nieuwe box 3-stelsel beter laten aansluiten bij het moment waarop beleggers daadwerkelijk over opbrengsten beschikken.

De uitbreiding geldt onder meer voor aandelen, obligaties, opties en andere financiële instrumenten. Voor onroerende zaken was in het oorspronkelijke wetsvoorstel al een vermogenswinstbelasting opgenomen.

Crypto en andere bezittingen: voorlopig een uitzondering
Niet alle vermogensbestanddelen kunnen volgens het kabinet al in 2028 onder de vermogenswinstbelasting worden gebracht. Voor directe cryptobeleggingen, edelmetaal, banktegoeden, bepaalde vorderingen en schulden, verzekeringsproducten, lijfrentes en vreemde valuta blijft daarom voorlopig de vermogensaanwasbelasting gelden. Roerende zaken die als belegging worden aangehouden, vallen in deze restcategorie.

Dat betekent dat waardestijgingen van bijvoorbeeld rechtstreeks aangehouden cryptomunten in beginsel jaarlijks in de belastingheffing kunnen worden betrokken, zonder dat verkoop heeft plaatsgevonden. Het kabinet verwacht de resterende categorieën vanaf 2030 ook onder de vermogenswinstbelasting te kunnen brengen.

En hoe zit het met edelmetalen?
De toelichting noemt edelmetalen niet afzonderlijk. Fysiek goud en zilver zullen daarom niet zonder meer hetzelfde worden behandeld als beursgenoteerde financiële instrumenten. De precieze fiscale behandeling hangt af van de kwalificatie van het bezit. Een belegging in fysiek goud kan bijvoorbeeld onder de overige roerende zaken ter belegging vallen. Een financieel instrument dat de waarde van goud volgt, kan anders worden behandeld.

De rekening wordt mede elders gelegd
De uitbreiding van de vermogenswinstbelasting gaat gepaard met maatregelen om de budgettaire gevolgen op te vangen. Zo stelt het kabinet voor het heffingsvrije vermogen in het huidige box 3-stelsel per 2027 te verlagen naar € 30.846. Vanaf 2028 wordt het heffingsvrije resultaat in het nieuwe stelsel verlaagd van € 1.800 naar € 1.000. Ook wordt voorgesteld het forfait voor overige bezittingen in 2027 met 1,5 procentpunt te verhogen tot 7,87%.

In het Belastingplan 2027 is opgenomen dat het hoge box 2-tarief tijdelijk daalt van 31% naar 29,2% in de periode 2027 tot en met 2030. Doel is om DGA te verleiden om dividend uit te keren. Daarnaast is voorgesteld de grens voor excessief lenen vanaf 2027 in vijf jaarlijkse stappen van € 80.000 stapsgewijs te verlagen van € 500.000 naar € 100.000.

De novelle is op 2 oktober 2026 voor advies naar de Raad van State gestuurd. Het gaat dus nog om een wetsvoorstel: de voorgestelde wijzigingen zijn nog niet definitief.

Consejo: Beoordeel beleggingen niet alleen op basis van hun economische waarde, maar ook op hun juridische vorm. Een beursgenoteerd goudproduct en fysiek goud kunnen fiscaal verschillend worden behandeld. Houd er bovendien rekening mee dat de voorgestelde verlaging van het heffingsvrije vermogen al betrekking heeft op 2027. Het is zeer de vraag of de voorstellen ongeschonden door de Eerste Kamer komen.