Hoge Raad zet een streep door methodiek box 3

Historie en achtergrond
Op 24 december 2021 (het zogenoemde kerstarrest) bepaalde de Hoge Raad dat de belastingheffing in box 3 sinds 1 januari 2017 in strijd is met het eigendomsgrondrecht en het discriminatieverbod uit het Europese Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens (EVRM).

In reactie op dit arrest heeft de Staatssecretaris van Financiën een hersteloperatie in gang gezet door rechtsherstel aan te bieden voor het verleden (voor de jaren 2017-2022 via de Herstelwet) en voor toekomstige belastingheffing (vanaf 2023) via de Overbruggingswet. Beiden gaan uit van een forfaitaire spaarvariant.

Dat houdt in dat het vermogen van belastingplichtigen wordt verdeeld in 3 categorieën: banktegoeden, schulden en overige bezittingen. Deze categorieën kennen ieder een eigen forfaitair rendement die belastingplichtigen geacht worden te behalen. Het totaal van dit forfaitaire rendement wordt vervolgens belast tegen 36% (2024).

De Hoge Raad heeft nu ook bepaald dat de hersteloperatie die is gestart sinds het Kerstarrest nog steeds niet in overeenstemming zijn met het EVRM. Dit betekent dat vele belastingplichtigen gecompenseerd gaan worden, mits zij aannemelijk maken dat het werkelijke rendement lager is geweest dan het forfaitaire rendement waarvoor zij in de heffing zijn betrokken.

Arrest Hoge Raad – wat is werkelijk rendement?

Indien het werkelijk rendement lager is dan het forfaitaire rendement, dient in principe rechtsherstel te worden verleend op basis van het werkelijke rendement. De Hoge Raad heeft ook gelijk duidelijkheid verschaft over de berekening van het werkelijk rendement. Hieruit kunnen de volgende regels worden afgeleid:

  • Het werkelijk rendement bestaat uit alle reguliere inkomsten (bijvoorbeeld rente, huur en dividend) van vermogensbestanddelen;
  • Alle gerealiseerde en ongerealiseerde waardeontwikkelingen van vermogensbestanddelen (bijvoorbeeld koerswinsten maar ook koersdalingen en waarde mutaties van vastgoed);
  • Bij de bepaling van het werkelijk rendement mag geen rekening worden gehouden met kosten;
  • Wel mag rekening worden gehouden met rente van schulden die tot het vermogen in box 3 behoren;
  • Met verliezen of winsten uit voorgaande jaren wordt geen rekening gehouden;
  • Met inflatie wordt ook geen rekening gehouden.

Tot welk jaar werkt dit terug?
Compensatie staat open voor de jaren waartegen bezwaar is gemaakt en voor de jaren waarvoor nog geen definitieve aanslag is opgelegd.
Ontvangt u een aanslag dan bedraagt de bezwaartermijn 6 weken na dagtekening van de aanslag. Overweeg dan of een bezwaarschrift zinvol is. Tegen aanslagen met box 3 vermogen is het advies om in ieder geval pro forma bezwaar te maken.
Voor belastingplichtigen die geen bezwaar gemaakt hebben, is in eerste instantie besloten dat zij geen recht hebben op compensatie. Echter, hierover loopt nog een massaal bezwaarprocedure. Voor deze groep belastingplichtigen moet eerst deze procedure doorlopen worden voordat duidelijk is of zij ook recht hebben op compensatie voor de betreffende aanslagen waartegen geen bezwaar is gemaakt. Voor de jaren waarover nog geen aanslag is opgelegd, is het advies om bezwaar in te dienen zodra de aanslag wordt vastgesteld.

Wanneer moet een beroep worden gedaan op dit arrest?
Zodra het werkelijk rendement lager is dan het op forfaitaire wijze berekende rendement dan kan een beroep worden gedaan op dit arrest. In een eerste reactie op het arrest heeft de Staatssecretaris van Financiën aangegeven de uitspraken te bestuderen en de gevolgen daarvan in kaart te brengen. Hij verwacht daarvoor circa 8 weken de tijd nodig te hebben.  De belastingplichtigen voor wie de uitspraak van de Hoge Raad gevolgen heeft zullen een brief ontvangen. Inmiddels heeft de belastingdienst dit ook al via haar website gecommuniceerd. Hiervoor is een digitaal formulier opgaaf werkelijk rendement in ontwikkeling.

U hoeft voorlopig dus niets te doen. Behalve dan als tussentijds een aanslag wordt vastgesteld. In dat geval moet u binnen de geldende bezwaartermijn bezwaar maken.

Welke gegevens moet ik (straks) aanleveren?

Als u in aanmerking wil komen voor compensatie, dient u aannemelijk te maken dat uw werkelijke rendement op uw box 3 vermogen in het betreffende belastingjaar lager is geweest dan het berekende forfaitaire rendement.

U kunt dit doen door bewijzen te verzamelen waaruit de omvang van de huur, rente en dividenden blijkt. Daarnaast dient u de gerealiseerde en ongerealiseerde waardestijgingen en koerswinsten en koersdalingen te kunnen aantonen. Voor verhuurde woningen kunt u naar alle waarschijnlijkheid volstaan met de WOZ waarden. Voor overig vastgoed (niet-woningen) moet de werkelijke waarde worden gebruikt. Denk daarbij aan een taxatierapport.
U kunt alvast voorbereidingen treffen en de werkelijke rendementen per jaar alvast in kaart te brengen. Gezien de duidelijke instructie van de Hoge Raad zal de belastingdienst deze gegevens gaan uitvragen. Dan bent u alvast voorbereid. En kunt u snel schakelen zodra het formulier opgaaf werkelijk rendement bij u op de mat valt.

Forfaitair rendement
Zie hieronder de tarieven en forfaitaire rendement per belastingjaar.

Fiscaal jaar
Forfaitair rendement 2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023
Banktegoeden 0,25% 0,12% 0,08% 0,04% 0,01% 0% 0,92%
Overige bezittingen 5,39% 5,38% 5,59% 5,28% 5,69% 5,53% 6,17%
Schulden 3,43% 3,20% 3% 2,74% 2,46% 2,28% 2,46%
Tarief 30% 30% 30% 30% 31% 32% 32%

Vragen
Heeft u nog vragen of wilt u meer weten? Neem dan gerust contact met ons op. Wij staan klaar om uw vragen te beantwoorden

Navigatie